Naast de overvallers waren er ook nog andere personen bij de overval betrokken of getuige van de gebeurtenissen:

 

Piet Wikkes Hoekstra 

Piet Wikkes Hoekstra was de achtste verzetsstrijder van de Liauckemagroep. Hij had mee zullen doen aan de overval op het gemeentehuis in Sint Annaparochie. Maar op het allerlaatste moment kon hij niet mee.  ‘Het plan voor de kraak van de kluis werd in de smederij van mijn vader bedacht,’ zo vertelt Bill Hoekstra, zoon van Piet Hoekstra, vanuit Nova Scotia in Canada. ‘Op de avond van de overval had de knokploeg zich hier verzameld. Maar onverwacht kregen hait en mem bezoek. Terwijl hait de bezoekers ontving, vertrok de verzetsgroep door de achterdeur. Hait kon zich niet meer bij de groep aansluiten en de kraak werd zonder hem gezet.’ Piet Hoekstra had een smederij in Nieuwe Bildtzijl en ook een radio. Bij toeval hadden de Duitsers ontdekt dat Piet naar de radio luisterde en de smid had gevangen gezeten in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen. Op wonderbaarlijke wijze was hij vrijgekomen. In de zomer van ’42 had een Duitse soldaat in de smederij namelijk een kopje thee gedronken. Deze soldaat had een goed woordje voor hem gedaan, waarna Piet naar huis had gemogen. Zijn verblijf in de gevangenis had hem echter erg anti-Duits gemaakt. De verzetsgroep – met daarin dus ook Piet Hoekstra – die de overval op het bevolkingsregister pleegde, kreeg informatie van gemeentesecretaris Fokke Nieboer. Dit contact verliep via Piet Hoekstra. Hoekstra was getrouwd met Klaaske Lep en een zus van Klaaske was weer getrouwd met Ulbe van Houten. Van Houten en Nieboer woonden naast elkaar in Sint Annaparochie en kenden elkaar goed.

 

Ulbe van Houten

De schrijver Ulbe van Houten heeft dus ook een rol gespeeld bij het ontvreemden van het bevolkingsregister. Ulbe van Houten fungeerde als tussenpersoon tussen Piet Hoekstra en Fokke Nieboer, die de plattegrond van het gemeentehuis aan de verzetsgroep doorspeelde. Daar kwam nog bij dat Ulbe van Houten een goede kennis was van de familie Bruinsma van Liauckema State bij Sexbierum. Bovendien heeft de schijver een bijbel aan Lolle Rondaan gegeven. Van Houten kende dus alle hoofdrolspelers van de overval op het gemeentehuis. Zou Van Houten alle hoofdrolspelers aan elkaar hebben gekoppeld? Dat is op dit moment een open vraag en zal het misschien ook altijd blijven. Desgevraagd schrijft zoon Hink van Houten uit Wommels: ‘In de laatste twee oorlogsjaren sliep hait regelmatig bij de achterburen, uit vrees voor de Grüne Polizei. Een paar keer had hij briefjes gekregen met de woorden: “Gevaar dreigt van de Wehrmacht!”’

 

Trijntje Beimers

In 1953 ging Trijntje Beimers als zendelinge naar Tanzania. Tijdens de oorlog – vanaf omstreeks 1943 – werkte Trijntje Beimers op het gemeentehuis van Sint Annaparochie als administratief medewerkster. Zij woonde bij haar ouders aan de Hemmemaweg. In September 1944 moest zij evenals burgemeester Kuperus en het voltallige personeel onderduiken. Ze is toen ondergedoken bij een tante op de Hoge Wier in Beetgum. Daar heeft ze de rest van de oorlog uitgezeten. Het is volgens de familie Beimers niet geheel zeker dat zij een rol bij de overval heeft gespeeld. Maar er zijn wel aanwijzingen en het zal altijd onbekend blijven of zij werkelijk bij de actie betrokken was.

‘Tante Triens kon niet bij ons pake terecht omdat het huis al vol was. Er zaten vier onderduikers: oom Jan, achterneef Bertus en zwager Douwe Schat van hait, en dan nog de Joodse Alida Nathkiel-Doof.’

            Anne Beimers, kleinzoon van Rense Beimers, Sint Annaparochie

 

De Joodse familie Natkiel

Op 20 mei 1941 beviel Alida Natkiel-Doof van een dochtertje. Haar man Chaim zat in het midden van het land in het verzet en het werd hem aangeraden om onder te duiken. Hij probeerde naar Engeland te komen, maar de poging mislukte. Chaim Natkiel werd opgepakt, gevangen gezet en weer vrijgelaten. Daarop vond hij een schuiladres bij de familie Balt aan de Oudebildtdijk. Zijn vrouw Alida had haar baby afgestaan, waarvoor goed werd gezorgd. Zij dook onder bij de familie Rense en Froukje Beimers aan de Hemmemaweg in Sint Annaparochie. Beimers zat in het verzet. Alida bleef tot aan het eind van de oorlog bij de familie Beimers, waarop zij werd herenigd met haar man en dochtertje.

‘Alida had blond haar en hielp af en toe mee op het land of in de huishouding.’

            Joop Beimers, zoon van Rense Beimers, Sint Annaparochie

 

Pieter Post

Op 22 november 1943 viel de Sicherheitsdienst Liauckema State binnen. De knokploeg die het bevolkingsregister uit het gemeentehuis ontvreemdde, zat hier ondergedoken. Bij de brute arrestatie van de complete verzetsgroep van Sexbierum kon eigenlijk maar een man ontsnappen: boer Rients Bruinsma. Op miraculeuze wijze wist hij de dans te ontspringen door zich te verbergen op de hooizolder. Een van de weinige levende getuigen van de overval op Liauckema State is Pieter Post. De heer Post is nu 96 jaar. Hij woont aan de Hoarnestreek en kijkt uit op ‘it bosk’, de bomen met de gracht rondom het terrein van Liauckema State. De vader van de heer Post was een neef van Rients Bruinsma en er waren hechte familiebanden. Toen de Duitsers de verzetsgroep hadden opgepakt, werd de boerderij een tijd lang ‘bebuorke’ door de vader van Pieter Post. Pieter zelf runde de ouderlijke plaats aan de Hoarnestreek. Als jongen van achttien jaar sliep hij op de kamer van de verrader Frans Michon. In de slaapkamer lagen nog tekeningen die door Michon waren gemaakt tijdens zijn verblijf op Liauckema State. Pieter Post zegt hier nu over: ‘Dy tekeningen leinen ûnder it matras, of earne yn in kast, dêr wol ik ôf wêze. It is sa lang lyn, ik wit net alles mear.’

 

Burgemeester Kuperus

In september 1944 vroeg de Duitse bezetter in de omliggende gemeenten rond Leeuwarden om paarden en wagens. Ze hadden die nodig om het door de geallieerden gebombardeerde vliegveld Leeuwarden te herstellen. Burgemeester Kuperus weigerde dit. Daarom moesten hij, zijn vrouw en drie zonen onderduiken. Behalve het gezin Kuperus moesten ook de voltallige secretarie met hun gezin, de wethouders en gemeentesecretaris Brouwer ‘verdwijnen’. Uit wraak steken de Duitsers op 18 september de woning van burgemeester Kuperus in brand. De brandweer mag komen om de huizen van de buren nat te houden, maar de Duitsers verbieden hen om het brandende burgemeestershuis aan de Statenweg 11 (later bankgebouw) te blussen. De burgemeester en zijn gezin vinden een schuilplaats bij boer Wiltje de Jong aan de Oudebildtdijk. Daar zitten ze tot het eind van de oorlog. Kuperus: 'De enige die er iets van wist, is Baukje, de faam. Baukje houdt dit geheim al die tijd voor zich. Na de bevrijding word ik weer burgemeester van het Bildt.'

 

Gemeentesecretaris Brouwer

Op 18 september 1944 moest Wiebe Brouwer, gemeentesecretaris van Het Bildt, ook onderduiken om aan de wraak van de Duitse bezetter te ontsnappen. Brouwer:

‘Mijn vrouw en ik duiken onder onder in Eernewoude en mijn zoon in Holwerd. De moedige Janet Grilk uit Leeuwarden brengt ons. De boer in Eernewoude had een onderduikershol op de koehuiszolder gebouwd. Je kon er alleen in komen door een koeienluik. De luik kon van bovenaf omhoog worden getrokken en met een haakje aan het dak worden vastgezet. Hier werden de koeien door gevoerd. Wanneer het luik dicht was, lag het op één kant los op de zolderbalken. Je kon het dan omhoog duwen. Degenen die er sliepen, kropen bij de koeien langs en klommen door het luik naar het kamertje. Wanneer je erin zat, deed je de schotel erop. Dan kon niemand binnenkomen.’

Brouwer was getrouwd met Afke Brouwer-de Beer, een kleindochter van de Friese schrijver Waling Dijkstra. Zij was onderwijzeres en schrijfster. In 1946 schreef ze over de dramatische dag waarop zij en haar gezin moesten verdwijnen. Tegenwoordig heeft mevrouw Bögels-Brouwer samen met haar man een huisartsenpraktijk in het gemeentehuis. Anneke Bögels-Brouwer is op haar beurt weer een kleindochter van de schrijfster van het gedicht Oantinken oan 18 septimber 1944. Voor De kraak van de kluis heeft Hein Jaap Hilarides de tekst op muziek gezet. Het lied wordt gezongen door de spelers Jitze Grijpstra en Marieke Swart en is onderdeel van het livestream-theaterstuk.

OANTINKEN OAN 18 SEPTIMBER 1944

Dy grize moarn fan d’achttjinde septimber,
Giet dy wol ea wer út myn tinzen wei?
Farwol, myn leafsten: hoe lang moatt’ wy skiede?
Farwol, goed hûs, oant sjen, ta blider dei!

De sinne woe dy moarns troch grize dampen brekke,
Mar koe ’t net rêde en ús hoop fersonk.
It duorre noch in goed healjier ear ’t strieljend
De frijheidssinne oer ús blide Fryslân blonk!

De neare hjerst, dy aaklik bange winter,
It wetter kaam ús oan de lippen ta,
’k Tink oan dy minsken, dy’t, harsels net achtsjend,
De ûnderdûkers trou fersoarge ha!

De bannen, dy’t doe lein binn’, bliuw’ foar ’t libben:
Gjin rang, gjin stân, mar minsken mei elkoar.
Wy sille nea dy tiid ferjitte kinne
En bliuwe ’er, ús hiele libben tankber foar.

 

Voor meer informatie over de Liauckema-groep zie:

http://kpsexbierum.nl

http://friesverzetsmuseum.nl

http://tresoar.nl